Je zoekt één woord waarin de bestaande bordletters blijven staan. Blauw ligt er al; geel voeg jij toe. Voor gewoon aansluiten is alleen een letter of een blokje letters invullen genoeg.
1. Aansluiten op een A
Je hebt K en T. Er ligt al een A waar je op wilt aansluiten.
Dit ligt er al
·A·
↓
Jij voegt K en T toe
KAT
Jouw letters: KT
Bordletters: A
Zo vind je bijvoorbeeld KAT en TAK. De A mag op elke plek in het woord staan.
2. De plek ligt al vast
Je wilt een woord van vier letters leggen, met de bestaande A op plek 2.
Vier vakjes, de A ligt op plek 2
·A··
↓
Jij vult de drie lege vakjes
KAST
Jouw letters: KST
Bordletters: .A..
Elke punt is precies één leeg vakje dat je zelf vult. De A blijft op plek 2: zo kun je KAST leggen.
3. Een blokje uitbreiden
Er liggen al A en T naast elkaar. Jij wilt er eigen letters voor of achter leggen.
AT ligt al op het bord
AT
↓
Jij legt er een K voor
KAT
Jouw letters: K
Bordletters: AT of *AT*
Een sterretje laat ruimte voor nul of meer eigen tegels. De A en T blijven naast elkaar. Alleen AT invullen werkt hier ook.
Een punt heeft per veld een andere betekenis: bij Jouw letters is het een blanco tegel die je hebt; bij Bordletters is het een leeg vakje dat je wilt vullen. De gestippelde vakjes hierboven zijn lege plekken op het bord.